
De camera leren gebruiken
NL
11
Kenmerken van "sluitertijd" Kenmerken van "diafragma"
(F-waarde)
Korter
Bewegende
onderwerpen
lijken gestopt.
Langer
Bewegende
onderwerpen
lijken te zweven.
Open
Het scherp-
stellingsbereik
wordt kleiner,
zowel naar
achteren als naar
voren.
Dicht
Het scherp-
stellingsbereik
wordt groter,
zowel naar
achteren als naar
voren.
Tips voor het aanpassen van de belichting (EV)
Wanneer u een beeld opneemt dat
erg licht is, zoals een onderwerp
met tegenlicht of een
sneeuwscène
De camera bepaalt dat het
onderwerp helder is, dus de
belichting wordt donkerder.
Aanpassen in
de richting +
Wanneer u een donker beeld
opneemt
De camera bepaalt dat het
onderwerp donker is, dus de
belichting wordt helderder.
Aanpassen in
de richting –
U kunt de belichting controleren aan de hand van het histogram. Zorg ervoor dat u het
onderwerp niet overbelicht of onderbelicht (licht of donker beeld) (blz. 21, t stap 5 in
"Lees dit eerst").
Comentários a estes Manuais